Ratten: tikfouten, koppeltekens (2016)

         You always know after you are two. Two is the beginning of the end.    (J.M. Barrie)

 

 

Plezierige verrassingen zijn de wereld nog niet uit. Een vriend stuurde me onlangs totaal onverwacht een boek toe dat nogal wat indruk op mij heeft gemaakt – en waarover dus graag een verslagje, al komt dat dan zowat zes jaar te laat. 'Reëvaluatie' dan maar, en hopelijk ook 'documentatie'. Het boek Rat Art is immers het geslaagde 'multimediale' resultaat van een samenwerking tussen drie kunstenaars: Marc De Bel (literair), Kris Snoeck (foto-grafisch) en Brian Clifton (muzikaal). Ook de boekontwerpers Steven Theunis en Armée de Verre mogen m.i. apart vermeld worden, want hun boekobject kan op zich al een hoogstandje in het genre genoemd worden.

Om te beginnen Marc De Bel dus, die naar ik vermoed bij het grote publiek vooral, zoniet uitsluitend, bekend is als jeugdauteur. Kinder- en jeugdliteratuur is niet bepaald mijn niche – waarmee ik overigens volstrekt niets negatiefs bedoel. Ik weet alleen dat De Bel al een aantal jaren tekent en schildert (en exposeert), maar vooral dat hij naast een aantal stripverhalen, filmscenario's en theaterscripts zowat 150 jeugdboeken schreef (waarvan sommige verfilmd of bewerkt werden voor theater), één lichtjes ondeugende detectiveroman (1) en de dichtbundel I love you so muts, “liefdesgedichten voor plukrijpe tieners van 11 tot 17 jaar en ouder” – literair werk waarmee hij een tiental prijzen in de wacht sleepte – én ten slotte dat hij erg geliefd is bij zijn jeugdige lezerspubliek. Ongetwijfeld hebben zijn nogal tegendraadse, onconventionele verhalen en stijl daartoe bijgedragen, want hij schuwt ook de (hilarische) 'vieze woordjes' niet – of wat daar althans bij volwassenen voor moet doorgaan. De Bel was 20 jaar onderwijzer, “om te leren hoe kinderen in mekaar zitten” (2) en startte in 2014 met zijn eigen 'BroeBELschool', “een kindvriendelijke school waar kinderen hun talenten kunnen ontplooien. Zowel wat hoofd, hart als handen betreft. De kinderen krijgen er geen tot zeer weinig huiswerk, zodat ze meer buiten kunnen spelen.” (2) Hij stelt zelf vast dat hij niet zo 'adult friendly' overkomt: “Ik heb lang haar, trek rond, laat de kinderen tot mij komen, vertel hen verhaaltjes en heb vaak af te rekenen met schriftgeleerden en farizeeërs” (2). Als hij met zijn werk een traditie verderzet in de trant van een Roald Dahl of een J.M. Barrie, dan is wat mij betreft alles dik in orde; de kinderen kunnen er maar veel plezier aan beleven.

 

Maar er is meer aan de hand: “Ik babbel veel liever met kinderen dan met volwassenen. Dat komt allicht door die val uit mijn boomhut. Daardoor ben ik altijd voor een stuk elf jaar gebleven. En dat mag voorlopig gerust zo blijven. Hopelijk groeit mijn opengebarsten fontanel, waarlangs al die keutelspannende, slappelachgrappige, vlinderfladderige avonturen mijn hoofd binnenstromen, nooit dicht!”, zo bekent en verzucht De Bel op zijn webstek (2). Een van de gevolgen van die nooit dichtgegroeide fontanel was echter ook het bevreemdende feit dat hij in zijn jeugd “rattenmummies” verzamelde: “Die prachtige dode ratten, verdroogd en geconserveerd door de overdosis gif die ze hadden gegeten en vaak schitterend gesculpteerd door regen en wind, koesterde ik in schoenendozen en tot ergernis van mijn moeder als een schat onder mijn bed” (Rat Art, z.p.). Blijkbaar lag aan die verzamelwoede een zeker schuldgevoel ten grondslag: als kind zag hij vaak ratten doodknijpen en -schieten (door mensen) of -bijten (door zijn hond), zodat hij nog altijd “de doodsangst in die kleine bange kraaloogjes” ziet “flikkeren in de verste uithoeken van mijn dromen, waar wat we hebben verloren voor altijd om hulp schreeuwt.” (Rat Art, 'Dood en daarna nog', z.p.)

 

Precies rond die rattenmummies ontstond dit multimediale boek: “Ze zijn weliswaar dood, maar daarna nog, en bij deze meer dan ooit, alive & kicking, want via dit boek blazen kris, brian en ik hen weer nieuw leven in… Rat wordt art, als een tikfout van het Leven. Of de dood.” (Rat Art, ibid., z.p.)

Ondanks haar mummificatie wordt de rat in dit boek getransformeerd tot een beangstigend maar fascinerend koppelteken tussen leven en dood, tussen dood en kunst, tussen de dominante paginakleuren zwart (dood) en rood (bloed), en tussen drie artistieke disciplines: een drievoudige gestileerde revolte tegen vergankelijkheid en verstarring. Want: “Sommige dingen lopen als een rode draad door een mensenleven. In mijn geval zijn dat kinderen, voetbal, kunst en ratten. Over die laatste twee gaat dit boek. En over de dood, als dode draad door het leven […] Want niets blijft, […] ver-gaat over in iets anders. Meestal in stof en as. Soms in een beeld of muziek, een dans, een gedicht… Kunst noemt men dat dan. Voor sommigen een Leugen, voor anderen de Enige Waarheid, voor mij een Gunst of een ware leugen, een gelogen waarheid”, aldus De Bel in zijn inleiding (Rat Art, 'Dood en daarna nog', z.p.).

 

De kern van het boek wordt gevormd door 14 filosofisch-bespiegelende gedichten waarin De Bel de essentie van kunst lyrisch omcirkelt of 'definieert' aan de hand van de zeven hoofdzonden en de zeven (kardinale) deugden: “kunst is liefdevol ('Caritas')”, bijvoorbeeld, of “kunst is gulzig ('Gula')”. Telkens wordt meteen ook het verband tussen kunst en dood (of: het ongrijpbare, het onzegbare, het verlies) omschreven. Soms lijken die teksten veeleer proza te zijn, maar ze verkrijgen door de presentatie ervan in versvorm (met een onregelmatige afwisseling van korte of lange regels) een dwingende ritmiek en winnen door opvallende klankherhalingen en -echo's, door al dan niet opvallende rijmvarianten (assonanties of alliteraties b.v.), en vooral door de verrassende woordspelingen of contaminaties van zegswijzen een overtuigende poëtische zeggingskracht.

Een voorbeeld: “kunst is ijdel / […] zo leidt het steevast strelen van de eigen ijdelheid / en het artistiek masturberen van zijn egorectie / vaak tot steriele streeleelt.” ('Superbia').

Of: “kunst is hebzuchtig. / […] gemummificeerde fantasie, / gedistilleerde waan, / versteende verbeelding, / verbeelde verstening. / wie schept hoopt wat ongrijpbaar is / te vangen, te vatten, te lokken, / te bewaren, te koesteren / […] zodat wat even is, / [...] voor altijd blijft, / er blijvend is. // is, van zijn. / être et avoir. / want hebben is hebben / en krijgen is de kunst.” (Avaritia)

In 'Luxuria' luidt het: “kunst is wellustig, / tot onkuisheid geneigd / en onrein van zeden. / […] gelukkig maar, / want het leven van een kunstenaar / is vaak hard […] lust als last, / but not least. / kunst is vaak des duivels, / niet pluis / en onkruis. // vraag het maar aan faust, paganini, / jim morrison, jimi hendrix, janis joplin / en alle anderen die ooit hun heerlijk heidense ziel / aan die gehoornde bokkenpoot hebben verkocht.”

En uit 'Fides' blijkt: “kunst is gelovig. / de vraag is echter: / waarin men gelooft.” Het onderwerp van dat geloof zou volgens de auteur dan kunnen zijn: “een leven voor de dood” of “(ge)loven in zichzelf [… ] loven als voltooid heelwoord van leven / een verspreking tegen beter weten in.” (ik cursiveer).

Zo staan deze gedichten vol met verrassende 'versprekingen tegen beter weten in', die slechts via een aandachtige of herhaalde lectuur onvermoede of heerlijk onbetamelijke betekenisassociaties opleveren.

 

De jonge fotograaf Kris Snoeck is gespecialiseerd in architectuur, 'food', portret en reclame. Wie zijn webpagina doorbladert (2) zal ongetwijfeld beelden van b.v. voedingsproducten of reclamecampagnes herkennen, en tevens merken dat hij wel meer samenwerkt met Marc De Bel. Voor Rat Art fotografeerde Snoeck de rattenmummies van de auteur, vermoedelijk met een macro-lens en vaak in close-up, tegen een gitzwarte achtergrond. Niet alleen het scherpe contrast met het grauwwit van de kadavers maakt deze foto's erg gruwelijk. Ook het perspectief van waaruit de dieren met hun bijna tastbare, verkrampte en verlederde huid geobserveerd worden, fixeert hen in poses van wanhopig smekende of biddende 'slachtoffers' in volle doodsstrijd, terwijl de goed geconserveerde, afschuwelijke tanden en nagels de horror nog beklemtonen.

Een aantal van die oorspronkelijke foto's van Snoeck werden bovendien door beide kunstenaars gezamenlijk gephotoshopt tot abstracte 'digitale schilderijen' waarop deze keer rood, de kleur van het bloed dus, domineert. Door de extreme close-up techniek, de dynamiek van de vlakken en het vervloeien van de kleuren daarin herinneren enkele van die bewerkte foto's mij onweerstaanbaar aan bepaalde prenten (of uitvergrote uitsneden ervan) van een Hokusai.

Angstaanjagend intrigerend zal ik deze foto's maar noemen: macabere momentopnamen van een ware 'Symphonie des Grauens'.

 

Dat laatste begrip leidt me nu probleemloos naar der Dritte im Bunde van dit artistieke triumviraat: componist Brian Clifton (pseud. van Dirk Pilaet), op muzikaal vlak een autodidact die ondertussen een indrukwekkend curriculum opgebouwd heeft en een masterclass 'Muziek en film' doceert aan het RITCS te Brussel.

Om maar een idee te geven, het volgende. De jonge Clifton kwam al vrij vroeg in contact met David Puttnam (Enigma filmproducties, met o.m. The Killing Fields), George Martin (componist, producent en arrangeur van o.m. de Beatles) en uiteindelijk met Ennio Morricone himself, wat leidde tot een elf jaar lang verblijf in Los Angeles waar hij ontmoetingen en contacten had met vele grote filmcomponisten. Enkele voorbeelden uit zijn palmares: muziek bij de films Suske en Wiske: de duistere diamant (Rudi Van den Bossche), Minder Dood Dan De Anderen (Frans Buyens), Trouble In Paradise (Robbe De Hert), Bird of Prey (T. Lopez), Ellektra (Rudolf Mestdagh) en de soundtrack van Everything but a man (Nnegest Likke, première juni 2016) – muziek bij tv-reeksen of tv-producties als Efteling sprookjes (Rudi Van den Bossche), De Collega's Maken De Brug, De leraarskamer en Alfa Papa Tango (alle drie van Vincent Rouffaer) – en dan heb je nog zijn Jupiler Pro League Hymne 2011-14 of muziek bij commercials van Christian Dior of Bridgestone. Om een eindeloze oplijsting te vermijden verwijs ik verder graag naar Cliftons eigen website of naar Youtube (3), waar je een groot aantal soundtracks kan beluisteren.

 

Clifton schreef al eerder muziek voor De Bel, zie b.v. de verfilming van diens Blinker en de Blixvaten (Filip Van Neyghem). Voor het rattenproject componeerde Clifton de Ratart Sinfonietta, vastgelegd op een bij het boek horende cd die 12 muziektracks omvat (samen zowat 33') plus een speciale dertiende (goed 2'), waarover straks meer.

 

Vraag is natuurlijk: hoe verklank je, met muzieknoten, in agonie verstarde ratten? Of de daaraan gekoppelde diepzinnig-poëtische beschouwingen over kunst, leven en dood? Muziek vertelt immers geen verhaaltje, beargumenteert nog minder bepaalde standpunten – tenzij je met programmamuziek te maken zou hebben, en zelfs dan kan er m.i. alleen van 'echte' referentialiteit sprake zijn bij zogenaamde 'klanknabootsingen' (geluiden van dieren of natuurfenomenen via instrumenten). Als het toppunt van het zuiverste lyrisme kan muziek hooguit een bepaalde abstracte sfeer, emotionaliteit of bepaalde associaties oproepen (denk b.v. aan specifieke, min of meer gestandaardiseerde orchestraties, ritmes, intonaties e.d. in de filmmuziek als ondersteuning van situaties die b.v. angst, vreugde of verrassing moeten oproepen).

In ieder geval componeerde Clifton met zijn Sinfonietta erg sfeervolle nummers: soms meditatief-etherisch, soms ritmisch of dreigend-scherp, soms met elektronische effecten: een soort muziek waarbij je je onwillekeurig een bepaald genre filmsequens kunt voorstellen, hoe vaag misschien ook, zoals een vrolijk wriemelend of huppelend diertje, een panoramische slow-motion shot van een imponerende locatie of spannende momenten. In het prachtige 'Planten voort' (nr. 6) trekt Clifton alle symfonische registers open tot een oorstrelende, mooi afgeronde en autonome song.

 

Die bijzondere track 13 dan? Daarop wordt, tegen de achtergrond van Cliftons nummer 'Planten voort', De Bels gedicht 'Ira' voorgelezen door de onlangs overleden Gaston Berghmans, die grote acteur-komiek-clown voor wie ik altijd een grote en niet aflatende bewondering heb gekoesterd. Berghmans gaat hier dus een verbazingwekkende andere toer op; zijn declamatie van het gedicht is zo spontaan, wars van geaffecteerdheid, zo fragiel en bijna kinderlijk dat je er alleen maar diep ontroerd door kan worden. 

 

Tot slot, maar zeker allerminst least, vermeld ik nog het 'Vooraf' in deze Rat Art, van de hand van niemand minder dan Octave Landuyt, wat gezien de eigen obsessies van deze kunstenaar allerminst hoeft te verbazen. Hij schreef dan ook een vrij uitvoerig, diepgravend en poëtiserend essay over de rat “en ander schrikbarend gedierte” en over hun archetypische of symbolische impact op ons “collectief geheugen”: “Soms vindt men het verdroogde dier als een mummie, als een verstikkend voorbeeld, als een aanleiding om een agressieve vertroebeling in een verstarringsproces, als een verharding, een stilstand, een oponthoud voor te stellen. De huid is verlederd, en heeft zich in een kramp via krimp en plooi getransformeerd, om een voorbeeld te zijn in het dodenveld van een koningsdal.”

Een must-read, dit woord vooraf.

 

“Zoals een rat schichtig sterft onder zwarte aardedeksels, onder een dak van darmen, leeft ze ook. Ze leeft en vergaat in haar holen, zoekt een riool, wordt soms, zoals dat ook met katten gebeurde, ingemetseld”, aldus nog Landuyt. Ik hou de ratten, eerlijk gezegd, het liefst onder die darmen, in hun riolen en holen. Anderzijds hoop ik dat ze via dit boek – gefixeerd maar levend in woord, beeld en klank – toch nog vele lezers, kijkers en luisteraars mogen vinden en, hopelijk alleen in deze boekvorm, nog ergens zouden opduiken (4).

 

Ik deel dus graag de aansporing van Landuyt: “mijn ratje, doorwaad het afvalwater in zijn gevaarlijkste vruchtbaarheid!

 

Luc PAY

[In: Mededelingen van het CDR, jrg.13 nr. 276, 28 juni 2016, p. 7-11]

 

📌 Marc De Bel & Kris Snoeck, muziek Brian Clifton, Rat Art. Witsand Uitgevers, Gent 2010 [met cd].

 

(1) Het lijk in de zeeëmmertjes (met Alex Michels), “een pretentieloos stuiverromannetje echter vol spanning, mysteries, intriges en druipend van het bloed en de sex” [colofon]. Het vicieuze vierkant [= eigen beheer], 1986.

(2) Eigen websites: <www.marcdebel.be>  en <www.krissnoeck.be>.

(3) <www.brianclifton.be/works> en <www.youtube.com/watch?v=DefZzdMYW58>.

(4) Naspeuring via google levert hier en daar nog wel een exemplaar op. Filmverslag van de vernissage van Rat Art (november 2011), met interviews met De Bel en Snoeck en de openingstoespraak, zie: <www.youtube.com/watch?v=pU5wZ4K4hrI>.