Een Vlaamse Polo (of Venetiaanse Rubroek?) (1985)
In een essay over Tolkiens Lord of the Rings schrijft W.H. Auden de blijvende aantrekkingskracht van de queeste toe aan "haar deugdelijkheid als symbolische beschrijving van onze subjektieve persoonlijke ervaring van de eksistentie als een historisch gegeven" (1). Hij doelt hierbij wellicht uitsluitend op de zoektochten in de zogenaamde 'reisliteratuur', waar een gefingeerde expeditie gehanteerd wordt als motief of decor, maar vooral ook als structuurprincipe of symbool. In zulke werken fungeert het ruimtelijke avontuur (de tocht) als verbeeldende vertaling van de menselijke geschiedenis, die zelf het avontuur is van een 'kontinu en onomkeerbaar veranderingsproces' (Auden). Het lijkt me dat dit archetypisch- symbolisch surplus ook toegekend kan worden aan verslagen of beschrijvingen van werkelijke reizen die door hun uitzonderlijk historisch belang en hun moeilijkheidsgraad (gevaar, uitdaging) evenzeer tot de verbeelding gaan spreken.Overhandiging van het reisverslag aan Louis IX.
Daaronder: Willem en zijn reisgezel.
(manuscript Corpus Cristi, Cambridge)
Ik verwijs hier kort naar de talrijke scheepsjournalen van haast heroïsche zeevaarders (De Veer, Bontekoe), naar de reisbeschrijvingen (Pausanias, Marco Polo, Columbus) en naar de ‘itineraria’, de in het Latijn gestelde reisgidsen en -beschrijvingen van in alle opzichten grensoverschrijdende middeleeuwers en humanisten. Tot dit laatste genre behoort het Itinerarium Willelmi de Rubruc (1255) van de Vlaamse franciscaan Willem van Rubroek (geb. te Rubroek bij Kassel 1215 - † 1270?), een in het kerklatijn geschreven relaas over een tweejarige reis dwars door de Middenaziatische steppen naar het hart van het Mongoolse imperium: de hoofdstad Karakoroem en haar heerser Mangoekhan (1251-1259).
Een drie man sterk team zorgde met de hulp van vele andere medewerkers voor een vlotte, overvloedig maar discreet geannoteerde Nederlandse vertaling van dit uitermate boeiend werk, en voor een voortreffelijk inleidend dossier waarin de historische achtergronden, Willems biografie, het belang van het reisverhaal, de filiatie van de handschriften e.d.m. grondig maar bevattelijk uit de doeken worden gedaan.
Opmerkelijk is dat Willem zo'n 20 jaar voor Polo afreist naar Centraal-Azië en dat zijn verslag 40 jaar jonger is dan Polo's Il Milione (1296 of 1298) dat tot vandaag toch heel wat populairder is gebleken. Ongetwijfeld spelen de respectieve talen die zij hanteerden daarin een rol, en het feit dat de Venetiaanse Messer Milione de luisterrijke en spectaculaire aspecten van zijn tochten flink wat dikker in de verf zet dan Willem.
De geschiedenis van de huidige Mongoolse Volksrepubliek, die sinds 1946 na het touwtrekken van de U.S.S.R. en China als onafhankelijke staat geprangd zit tussen de twee communistische reuzen, blijft hoe dan ook onze fantasie danig stimuleren, alle wetenschappelijke informatie ten spijt. Onder Djengis Khan (1206-1227) werden de Mongoolse stammen verenigd, een goeie zestig jaar later zat Koeblai Khan, Polo's gulle gastheer, in Cambaluc/Peking als stichter van de Yuan-dynastie op de Chinese troon: het grootste continentale rijk uit de wereldgeschiedenis (van de Chinese Zee tot aan de Donau) was in de dertiende eeuw een feit geworden. De aanvankelijk in het Westen moeizaam doorsijpelende en nogal verwarrende berichten over de Mongolen hebben wellicht tot angstige verbazing geleid en alleszins tot een gevaarlijke, afwachtende houding; slechts een aantal toevalligheden (overlijden van een Khan, wispelturigheid van nomadische stammen, interne machtsconflicten) hebben het Westen van totale overrompeling gevrijwaard.
![]() |
| Willems reisweg. |
In ieder geval hield onze ietwat zwaarlijvige Willem tijdens zijn erg riskant avontuur het hoofd koel, wat zich als zijn grootste verdienste in zijn werk reflecteert. Hij treedt uit zijn verslag, geschreven in opdracht van de Franse koning Lodewijk IX, naar voren als een intelligent, zoniet geslepen diplomaat en als een uiterst alert, objectief waarnemer van historische, etnografische, geografische, linguïstische en andere bijzonderheden, zodat we zijn religieus superioriteitsgevoel en zijn angst en afschuw voor de Mongolen er graag bijnemen. "Als het me toegestaan was, zou ik de oorlog tegen hen preken, de hele wereld door", schrijft Willem aan de Koning als een niet mis te verstane waarschuwing. Ondertussen brengt de brave monnik zijn voorbeeldige zendelingenijver overal waar hij kan in praktijk (bekering en permanente prediking waren volgens Willem zelf het enige motief van zijn reis; of was hij toch een als missionaris vermomde spion van de westerse mogendheden?) en signaleert als eerste het bestaan van het Krimgotisch, de moeflon, de yak en andere dieren, brengt correcties aan in de toenmalige geografische kennis, bericht gedetailleerd over zeden en gewoonten, de verplaatsbare woningen (joerten),
![]() |
| Een joert vandaag. |
de kleding en het voedsel van de Mongolen of over volkeren die "glad gepolijste beenderen onder hun voeten binden" waarmee ze snel over bevroren sneeuw en ijs schuiven, rapporteert zijn theologische disputen met boeddhistische monniken, nestorianen, islamieten en Mongoolse waarzeggers, beschrijft nauwkeurig en levendig de stad Karakoroem en het paleis van Mangoe Khan met de fontein van meester Willem van Parijs die uit vier bekkens verschillende dranken spuit... om maar iets te noemen. De erg realistische en kleurrijke schilderingen vol details en afwisseling zorgen alleszins voor een boeiende en vlotte verteltrant.
Wat moet en kan ik hieraan in dit kort bestek nog toevoegen? Vlug het volgende: dat Willems Itinerarium een 'Vlaams' boek is om zonder meer trots op te zijn, en de suggestie dat men in de toekomst misschien beter zou spreken over de 'Venetiaanse Rubroek' dan over de 'Vlaamse Marco Polo'.
Luc Pay
📌 Ubertinus Devolder o.f.m., Ronny Ostyn, Paul Vandepitte, Het reisverhaal van Willem van Rubroek, de Vlaamse Marco Polo: 1253- 1255, De Roede van Tielt, Tielt, 1984.
(1) In: [z.a.], De mijnen van Moria. Essays over J.R.R.Tolkien. Met illustraties van Marvano en Chris Vandendriessche. Exa alternatieve uitgeverij vzw., 1983, p. 4-70.
Originele versie van 'The Quest Hero' o.m. in Rose Zimbardo & Neil Isaacs, Understanding The Lord of the Rings, 1968 en 2004.


